
DE KERSTBOOM
Hier lig ik aan het einde van mijn leven.
Jarenlang heb ik in stormen staan beven.
regen en bliksem heb ik getrotseerd.
mensen, dieren en planten lieten mij ongedeerd.
op een koude dag was het opeens onrustig is het bos:
mannen zaagden er lustig op los.
daarna werd ik met mijn mede bomen
op auto,s gegooid en meegenomen.
nadat ik weken op een hoop lag,
kwam er een bijzondere dag:
opeens werd ik netjes neergezet,
geprijsd en daarna gebeurde het.
er stopten een vrouw en een man:
daar schrok ik een beetje van.
maar zij streelden mij over mijn naalden.
ik weet niet wat ze voor mij betaalden.
maar goed ze namen mij mee naar hun huis,
waar het gezellig was:een echt thuis.
mijn takken werden met ballen versierd
en bovenop prijkte een piek, heel fier.
ook werden er slingers in gedaan
en avonds gingen de kaarsen aan.
engeltjes zweefden tussen mijn takken
en onder mijn voet lagen veel pakken.
na een paar weken te hebben gestaan,
werd ik ineens van alle luister ontdaan.
"zullen we hem bij de vuilnis leggen"?
hoorde ik de man tegen de vrouw zeggen.
daar lag ik dan op de straat
en werd door kinderen opgeraapt.
zij wisselden mij in voor een lot:
ik was nog slechts een papieren vod.
later ging ik door de snippermachien.
dat is nu het laatste waar ik voor dien:
vruchtbare houtsnippers, gestrooid op de aarde,
waarop ook de sparreboom mij baarde.
zo eindigde dan mijn bestaan
en ben ik weer naar mijn begin gegaan.
"t is een mooi leven geweest.
tot het volgende kerstfeest.

|